IN MEMORIAM BAS RAMSELAAR.
De plakboeken van mijn ‘zangerscarriere’ beginnen met een foto uit 1983 van de Amersfoortse Cantorij, een idealistisch initiatief van een hemelbestormende jonge koordirigent Wouter van den Braak. Het is daar dat ik de al even gedreven en gepassioneerde Bas Ramselaar ontmoette. Op de foto sta ik net achter Bas.
We zongen alle JS Bach motetten, flink veel motetten van de familie Bach, de Matthäus Passion van Schütz en het requiem van Duruflé. Het waren Sternstunden. Wouter, Bas en ik zaten op de eerste rij bij alle concerten van de Tallis Scholars in de eerste edities van het Festival Oude Muziek, en zwijmelden in het appartement van ’t Zand te Amersfoort, waar Wouter woonde, bij de opnames van Pro Cantione Antiqua. Paul Esswood en James Bowman als mede de ‘eigen’ fenomenale Robert Holl waren onze helden. Gedrieën gingen we letterlijk plat en onderuit na de allereerste noot van Bowman, in Bassani’s O Spiritus Angelicus, in datzelfde Festival te Utrecht waar de gevierde countertenor een ‘gentelemens agreement ‘recital gaf met Ton koopman. Die eerste noot is een ondankbare ‘lage’ d, en die vulde nochtans met gemak en zinderend de hele Janskerk. We waren knock-out. Wekenlang had we het nog over die noot. Eén noot, dat was al genoeg voor ons.
Die obsessieve manie voor vocale details deelden we, en met Bas ben ik die blijven delen tot het laatst toe. We gingen samen naar Holl’s legendarische Schubertiades in De Doelen en we zongen nog weer later later samen bij vele andere dirigenten en ensembles, waaronder het Nederlands Kamerkoor. Voor mij was er niemand, maar dan ook niemand die zo mooi en doorleefd de bas-recitatieven in Händels Messiah zong als hij. Elk woord was tot in peilloze diepte onderzocht en doorvoeld en een plaats gegeven in zijn rijke vocale pallet. Hier zong niet een zanger maar hier zong een poëet, een dominee, een priester, een ziel.
De opname die Bas maakte van JS Bach's Kantate BWV 82 Ich habe genug (klik hierop om te horen) is voor mij nog steeds de standaard. Ik ken geen mooiere.
Vele malen nodigde ik hem als extra bas uit voor concert projecten met ons Egidius Kwartet. Maar hij zat toen in een moeilijke periode, en hield de boot af. Hij wilde niet meer reizen. Hij was bang om van huis te gaan. Maar soms zei hij onverwacht toe, zoals voor de opnamen van onze Lamentatie Cd. Het Taedet animam meam van Morales, waar hij de lage bas partij meesterlijk voor zijn rekening nam behoort nog steeds tot één van mijn dierbaarste Egidius opnames.
Ook bij de cd-registraties en concerten van de Leidse Koorboeken was hij van de partij. Enthousiast, dankbaar, dienend en ronduit magnifiek!
De laatste jaren dirigeerde hij vooral. In Amersfoort. Thuis dus. Bijna had ik hem zover gekregen om nog één keer de Christusrol te komen zingen in de Matthäus Passion die ik dirigeerde in Brielle. Dat deed hij niet meer, maar voor mij zou hij nog een uitzondering maken. Het telefonisch overleg over de manier waarop we het zouden doen herinnerde elke seconde aan onze Amersfoortse Cantorij-tijd, onze gedeelde liefde voor het woord en het grote gevoel voor detail. Maar op het laatste moment zei hij af, hij voelde zich niet optimaal, en hij wilde zichzelf, mij, het publiek en Bach niet teleurstellen.
Een groot zanger, een lief, mooi mens is heengegaan. Eerbied. Respect.
Dag Bas.
..
We zongen alle JS Bach motetten, flink veel motetten van de familie Bach, de Matthäus Passion van Schütz en het requiem van Duruflé. Het waren Sternstunden. Wouter, Bas en ik zaten op de eerste rij bij alle concerten van de Tallis Scholars in de eerste edities van het Festival Oude Muziek, en zwijmelden in het appartement van ’t Zand te Amersfoort, waar Wouter woonde, bij de opnames van Pro Cantione Antiqua. Paul Esswood en James Bowman als mede de ‘eigen’ fenomenale Robert Holl waren onze helden. Gedrieën gingen we letterlijk plat en onderuit na de allereerste noot van Bowman, in Bassani’s O Spiritus Angelicus, in datzelfde Festival te Utrecht waar de gevierde countertenor een ‘gentelemens agreement ‘recital gaf met Ton koopman. Die eerste noot is een ondankbare ‘lage’ d, en die vulde nochtans met gemak en zinderend de hele Janskerk. We waren knock-out. Wekenlang had we het nog over die noot. Eén noot, dat was al genoeg voor ons.
Die obsessieve manie voor vocale details deelden we, en met Bas ben ik die blijven delen tot het laatst toe. We gingen samen naar Holl’s legendarische Schubertiades in De Doelen en we zongen nog weer later later samen bij vele andere dirigenten en ensembles, waaronder het Nederlands Kamerkoor. Voor mij was er niemand, maar dan ook niemand die zo mooi en doorleefd de bas-recitatieven in Händels Messiah zong als hij. Elk woord was tot in peilloze diepte onderzocht en doorvoeld en een plaats gegeven in zijn rijke vocale pallet. Hier zong niet een zanger maar hier zong een poëet, een dominee, een priester, een ziel.
De opname die Bas maakte van JS Bach's Kantate BWV 82 Ich habe genug (klik hierop om te horen) is voor mij nog steeds de standaard. Ik ken geen mooiere.
Vele malen nodigde ik hem als extra bas uit voor concert projecten met ons Egidius Kwartet. Maar hij zat toen in een moeilijke periode, en hield de boot af. Hij wilde niet meer reizen. Hij was bang om van huis te gaan. Maar soms zei hij onverwacht toe, zoals voor de opnamen van onze Lamentatie Cd. Het Taedet animam meam van Morales, waar hij de lage bas partij meesterlijk voor zijn rekening nam behoort nog steeds tot één van mijn dierbaarste Egidius opnames.
Ook bij de cd-registraties en concerten van de Leidse Koorboeken was hij van de partij. Enthousiast, dankbaar, dienend en ronduit magnifiek!
De laatste jaren dirigeerde hij vooral. In Amersfoort. Thuis dus. Bijna had ik hem zover gekregen om nog één keer de Christusrol te komen zingen in de Matthäus Passion die ik dirigeerde in Brielle. Dat deed hij niet meer, maar voor mij zou hij nog een uitzondering maken. Het telefonisch overleg over de manier waarop we het zouden doen herinnerde elke seconde aan onze Amersfoortse Cantorij-tijd, onze gedeelde liefde voor het woord en het grote gevoel voor detail. Maar op het laatste moment zei hij af, hij voelde zich niet optimaal, en hij wilde zichzelf, mij, het publiek en Bach niet teleurstellen.
Een groot zanger, een lief, mooi mens is heengegaan. Eerbied. Respect.
Dag Bas.
..